Stand van kindertanden


Kinderen hebben soms gewoontes die niet goed voor het gebit zijn. Tandenknarsen, door de mond ademhalen, tongpersen en foutieve slikpatronen zijn hier een paar voorbeelden van. Door deze gewoontes te veranderen zijn problemen op latere leeftijd te verminderen en in sommige gevallen zelfs te voorkomen. 

 

Gebruik van orofaciale spieren

De spieren rondom de mond (orofaciale spieren als de tong- kin-, en kauwspieren) kunnen van grote invloed zijn op de ontwikkeling van de stand van de tanden. De positie van de tong speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast kan een kind dat duim zuigt of door de mond ademt problemen krijgen met de stand van de tanden. Dit kan bovendien van negatieve invloed zijn op de spraak.
Trainer_4_Kids

Kaakklachten

Naast het gebruik van de spieren moet ook de rol van het kaakgewricht niet worden onderschat. De problemen rond het kaakgewricht worden niet altijd als zodanig herkend. Veelal gaat dit gepaard met kies-, hoofd- en oorpijn. Tandenknarsen of het op elkaar klemmen van de tanden kan kaakklachten verergeren. Zaak is goed uit te laten zoeken wat er in zo’n geval aan de hand is.

 

Voorkomen beter dan genezen

In sommige gevallen kan het gebruik van een beugel bij kinderen op latere leeftijd voorkomen worden. Een manier om dat te doen is het corrigeren van gewoontes die er mogelijk voor zorgen dat de stand van de tanden (verder) verandert. Daarbij kan er gebruik worden gemaakt van een T4K (trainer for Kids ook wel MyoBrace genoemd). Dit is een pre-orthodontische myofunctionele behandeling. Bij kinderen vanaf ± 9 jaar kunnen daarmee afwijkingen met betrekking tot de stand van de tanden worden behandeld. Voorkomen blijft nu eenmaal, ook bij het gebit, beter dan genezen. 



Tevreden klanten